April 24, 2013

The graduate(s)

By in Gedaan, Gehoord

Het is bijna zomer! Is de Commentator daar blij om? Heel blij. Hoewel de herfst mijn lievelingsseizoen is, ben ik over ‘t algemeen ook wel te spreken over de zomer. In de zomer kan ik al mijn hobby’s in de buitenlucht uitoefenen. Dat betekent dubbele winst, want hobby’s zijn gezond, maar buitenlucht ook. Heeft u hobby’s? De mijne zijn joggen, tennis en antropologie. Ik heb veel meer hobby’s gehad, te veel zelfs, maar in hobby’s kruipt tijd, en tijd heb ik dan weer te weinig – wie ooit beweerd heeft dat het leven goed in elkaar zit, die had duidelijk geen hobby’s.

En avant. Gisteren dacht ik: ‘Het wordt tijd dat ik nog eens wat aan antropologie doe’, dus trok ik naar een terras. In de winter doe ik vooral aan antropologie in de Aldi (zoals u hier kan lezen) maar in de zomer geef ik de voorkeur aan een terras. Die eerste keer is altijd weer een beetje zwoegen, maar het moet zijn dat ik nog in vorm was, want ik zat nog geen vijf minuten van mijn koffie te nippen of al mijn amateur-antropologische antennes kwamen al overeind, met dank aan een woedend tienermeisje dat haar tas tegen de grond pleurde, zich bij haar vrienden zette en het volgende riep:

Meisje 1: “Die TRUT heeft mij een NUL gegeven!”

Meisje 2: “Wat?! Hoe, een NUL?”

Meisje 1: “Een fucking NUL, omdat ik ocharme DRIE minuten te laat heb afgegeven.”

Meisje 3: “Schatti toch!”

Meisje 1: “Terwijl, ik bedoel, KOMAAN, aan wie LIGT dat, dat ik te laat heb afgegeven? Als die BITCH haar vragen niet zo ingewikkeld had gemaakt, had ik niet zo lang moeten NADENKEN, en had ik WEL op tijd kunnen afgeven!”

Natuurlijk denkt u nu: ik wil ook zo’n hobby! Let wel, amateur-antropologie vereist tonnen geduld, jaren oefening en een sterke maag. Bovendien is het uitoefenen ervan niet altijd zonder risico en gevaar. In casu: ik moest tijdens deze sessie zo hard lachen dat er bijna een straaltje koffie langs mijn neus dreigde te ontsnappen. Dat zou jandorie een pijnlijke zaak geweest zijn, en een heel vieze ook, want ik dronk een cappunini – dat is een cappucino met kaneel en chilipoeder. En chilipoeder, dat wil je niet door je neus jagen. Soit. Ik ben er gelukkig vanaf gekomen met een licht branderig gevoel in mijn neus. Je moet er wat voor over hebben, voor je hobby’s. Bezint eer ge begint.

 

 

 

Geef commentaar (5)

Tags: , , , ,

April 4, 2013

Win for Life met Altijd Commentaar!

By in Gedacht

Knack reikt voor de tweede keer haar Blog Awards uit. Ze willen daarmee naar eigen zeggen de beste en de meest inspirerende blogs in de bloemetjes zetten. U kan Altijd Commentaar nomineren door simpelweg HIER te klikken en een categorie te kiezen (‘graaf’ is helaas geen optie, ik zou voor ‘personal’ en/of ‘city’ gaan). Met een beetje geluk kan ik die bloemetjes inruilen voor vet veel valuta en kan ik de rest van mijn leven op mijn luie krent achter mijn computer zitten bloggen. Ik zou de verzamelde collectie zijden pyjama’s van Kanye West kopen en elke dag in een andere pyjamabroek bloggen, en onderwijl kaviaar eten met een soeplepel. Ik zou DE Studio kopen en er neig decadente feestjes geven voor mijn drie vrienden. Ik zou ook een hipster kopen, een heel magere. Volgens mij is dat tof om in uw living te zetten. En ik zou Sergio Herman kopen voor in mijn keuken, en hem elke dag gerechten laten klaarmaken die beginnen met een ‘g’, puur voor de lol. Maar ik zou vooral bloggen natuurlijk. Keihard, keiveel en als het even meezit ook keigrappig bloggen. Dus doe het niet voor mij, maar doe het vooral voor uzelf en win for life. Want u bent het waard.

 

Geef commentaar (2)

Tags: , , , , , ,

March 26, 2013

De blik in haar ogen, dat is kunst

By in Gedaan, Gezien

Zondag naar De Invasie geweest. Samen met een miljard anderen die van enthousiasme geen blijf schenen te weten met hun designertassen en knokige ellebogen en ze dan maar collectief tegen mijn hoofd en ribben ramden. Ik zweer het, ik ben ternauwernood aan een gebroken oogkas ontsnapt. Eindelijk snap ik waarom hipsters van die énorme brillen met dikke monturen dragen. Zoveel enthousiasme op een zondag, ik ben dat niet gewoon, en mijn reflexen ook niet. Soit. Eén van mijn vrienden stelde voor om naar het M HKA te gaan. Gezien iedereen op De Invasie zou zijn zou daar vast geen kat zijn, redeneerde hij. Omdat het jaren geleden was dat ik nog eens in het M HKA was geweest en door de band genomen graag door een museum placht te slenteren, handjes op de rug, stemde ik in. Het kan tenslotte niet elke zondag josdag zijn. Een mens moet zichzelf ontwikkelen, nietwaar? Nou. En of uw dienaar zich ontwikkeld heeft. Ik heb gezien: twee stoelen voor een raam. Het werk heette ‘Uitzicht’. Een stoel met een gouden strop erboven. Dat werk heette ‘Gouden strop en stoel’. Een stuk verroeste pijpleiding, waarvan ik de titel vergeten ben, maar ik gok op ‘Pijpleiding’. Ik heb een tijdje staan staren naar een video van en door Marina Abramovic die haar haren borstelt. Onderwijl keihard geprobeerd iets te voelen. Even dacht ik dat ik geëmotioneerd was, maar het was gewoon mijn oogkas die nog pijn deed van die hipsterelleboog. Ik heb mijn best gedaan. Maar het M HKA, daar mankeert meer aan dan een letter, mijn gedacht.

Geef commentaar (3)

Tags: , , , , ,

March 14, 2013

“Ik lach normaal nooit met geluid”

By in Gehoord

Lieve lezer! Hou u vast aan de takken van de bomen: voor één keer geeft de Commentator géén commentaar. En wel hierom: het moeten niet altijd dezelfden zijn. Voila. Deze keer is het aan u om commentaar te geven. Sommigen onder u deden dat reeds, in de vorm van kleine tot middelgrote en zelfs ronduit ellenlange betogen, sms’en en mails betreffende mijn literair debuut Verloren Maandag. Tijd voor een bloemlezing!

“De scherpe satire op het kantoorleven en het boze geslis van Eva’s slimme, gevorkte tong maken Verloren Maandag tot heerlijk vileine lectuur.” (ELLE)

“Wat jij doet is banaliteit te kakken zetten in plaats van te romantiseren. Je gebruikt het bijna als wapen. Daarom: loved it. Vlijmscherp, en heel onvlaams. Ook heel onwijverig, al is dat misschien politiek incorrect. En wie ooit zo dom zou durven zijn om je de vrouwelijke Brusselmans te noemen omdat je boek ‘een paar’ profaniteiten bevat, die ga ik persoonlijk op zijn bek timmeren.” (vriendin met een Mening)

“Meedogenloos grappig, raak geobserveerd, heerlijk corrupt personage, verhaal dat leest als een trein… Een absolute aanrader!” (ex-baas)

“Ik raakte in paniek toen het einde naderde!” (vriendin die snel panikeert)

“Eyckmans is een aanwinst voor de literatuur!” (Boekenbijlage.nl – de volledige recensie leest u hier)

“Ik lees toch liever een historische roman” (mijn moeder)

“Valerie Eyckmans zet haar personage voortreffelijk neer en laat het keihard alles en iedereen domineren. Het boek leest als een trein want de ene hilarische situatie volgt de andere op. Verloren maandag is vlijmscherp geschreven, heeft een stevige vaart en laat je met spijt de laatste bladzijde omslaan.” (iedereenleest.be)

“Is dat nu echt nodig, die grove taal en dat neuken en zo?” (opnieuw mijn moeder)

“Valerie Eyckmans schetst een hilarisch beeld van het kantoorleven, met pijnlijk herkenbare situaties en gesprekken. Verloren maandag is een nietsontziende spiegel voor iedereen die op kantoor werkt of er huiverend op terugkijkt.” (Mijn uitgever)

“Hilarisch! Ik lach normaal nooit met geluid en nu al 5 x – en ik zit nog maar aan pagina 15.” (Geluidloos lachende vriendin)

Verloren Maandag verscheen in Vlaanderen bij uitgeverij Vrijdag en in Nederland bij uitgeverij Podium, en is te vinden in Fnac, Standaard Boekhandel, de hypermarkten van Carrefour en het gros van de onafhankelijke boekhandels. Verloren Maandag is verder ook online te koop, in fysieke vorm en als e-book, onder andere hier.

Kom maar op met die commentaar!

 

 

 

Geef commentaar (6)

Tags: , , , , , , , ,

February 19, 2013

Een panda op pointes

By in Gedaan

Ik dus naar het Ballet van Vlaanderen, met een vriendin die zwanger is van een pandabeer. Haar woorden, niet de mijne. Ik ben er vrij zeker van dat er een gewone baby in haar buik zit, maar zij blijft het maar over ‘de panda’ hebben. Ik wil de pret niet drukken, dus ik hou braaf mijn mond als ik haar zie, maar ik heb al dikwijls gedacht: fuck, die gaat teleurgesteld zijn. En nu ik erover nadenk, ik eigenlijk ook, want hoe graaf zou het zijn om een vriendin te hebben die van een panda bevalt?! KEI graaf. Graaf tot de zevende macht. Alleen al om naar de Prinses op de Erwt te kunnen gaan en te zeggen: goeiedag, ik kom iets kopen voor panda. En dan die verkoopster met zo’n piepstemmetje, helemaal van haar moedermelk want wie noemt er zijn kind nu Panda: ‘Is Panda een jongen of een meisje?’ En dan ik weer: ‘Duh! Panda is een béér, DOMME KIP.’ En dan keihard met mijn ogen draaien, want wat voor een vraag is dat nu.

En avant, want uw dienaar dwaalt weer af. Het ging erover dat ik naar het Ballet van Vlaanderen ben gaan zien, zoals u in de post hieronder al kon lezen. Wel, ik wilde gewoon nog even meegeven dat het a) helemaal goed is gekomen met de plaatsen (we zaten effectief op rij 5!) en b) dat ik ENORM onder de indruk was. Gaat dat zien, ook al kent u geen flikker van dans en geen dansende flikkers. Wat die dansers doen met hun lijf, dat is fucking hard core. Wat zeg ik? Hun lijven alleen al zijn hard core. Echt, zelfs de linkeroogkas van één danser is volgens mij gespierder dan mijn biceps, triceps en quadriceps samen. De panda in de buik van mijn vriendin was ook onder de indruk, want die leek mee pirouettes te draaien. Wat mij eraan doet denken: misschien moet het Ballet van Vlaanderen in z’n volgende voorstelling een pandabeer steken. Dat zou wel wat volk trekken, denk ik. Wie wil er nu geen panda zien dansen? Ik wel. Misschien straks eens gaan horen bij de Prinses op de Erwt of er een tutu op de geboortelijst staat. Mijn vriendin bevalt van een panda, en ik word redder van het Ballet van Vlaanderen. De toekomst lacht, mensen!

Geef commentaar (1)

Tags: , , , , , ,

February 4, 2013

Alors on danse

By in Gedaan

Een paar weken geleden, tijdens de 24 uur van het Podium, werd de cultuurminnende mens een kijkje gegund achter de schermen van Het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Uw dienaar had net het olijke duo Tanya en Vergauwen achter de kiezen, twee vrolijke jongelingen die hun ding deden met On Chesil Beach. Heerlijke voorstelling. Opperbest gezind fietste ik verder. Ik had een half uurtje voor ik naar een volgende voorstelling zou gaan kijken, ideaal voor een kijkje achter de schermen bij één van ‘s werelds meest gewaardeerde dansgezelschappen, redeneerde ik. Het eerste dat ik er leerde, was dit: het Koninklijk Ballet van Vlaanderen is bijna failliet. Op sterven na dood. Wist u dat? Ik niet. Maar steek één voet door de deur van hun schouwburg en het nakende faillissement wordt door de gids van dienst als een bezemsteel met weerhaken door je strot geramd. Er staat zelfs een soort collectebus op de balie. Nu is empathie altijd al één van mijn slechtere eigenschappen geweest, en zo komt het dat ik me in een moment van zwakte diezelfde dag nog voornam kaartjes te kopen voor een voorstelling. Uw dienaar, redder van het ballet – ik zag het al helemaal voor me. Het reddingsplan verliep niet van een leien dakje. Nadat ik op het zaalplan de plaatsen die ik wilde had aangevinkt, las ik dat het online reservatiesysteem niet werkt als je surft met Safari. Ik ‘ontvinkte’ de plaatsen en probeerde het met Google Chrome, maar ook dat bracht geen zoden aan de dijk. Een half uur later belde ik naar het onthaal. Ik legde het probleem uit. De dame aan het onthaal vroeg me nors welke plaatsen ik wilde. Ik antwoordde:

Ik: Die op rij 6.

Zij: Die kan ik u niet geven.

Ik: Hoezo?

Zij: Die heeft u aangevinkt in Safari.

Ik: En meteen weer afgevinkt. Een half uur geleden.

Zij: (negeert wat ik net heb gezegd) Ik kan u heel mooie plaatsen geven op rij 10.

Ik: Maar ik wil die plaatsen op rij 6.

Zij: Dan moet u over een half uur terugbellen.

Ik: Zijn ze dan weer vrij?

Zij: Dat weet ik niet.

Ik: (perplex) Ik heb geen tijd om terug te bellen, ik wil nu reserveren.

Zij: Ik kan u ook plaatsen op rij 11 geven.

Ik: Maar er zijn toch nog enkele plaatsen dichter bij het podium? Die plaatsen op rij 7, kan ik die niet hebben?

Zij: De plaatsen op rij 10 en 11 zijn heel mooi hoor.

Ik: Maar dat zijn de laatste rijen. Ik wil niet achteraan zitten.

Zij: (Zucht) Goed. Dan krijgt u plaatsen op rij 5. Anders nog iets?

Ik ga dus deze week naar het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Ik zit op rij 5. Het zou me niks verbazen als dat de orkestbak blijkt. Of een hol in de grond. In het laatste geval hoop ik dat Kwak en Boemel er ook zijn. Dan gaat er pas gedanst worden.

Geef commentaar (1)

Tags: , , , , ,

January 28, 2013

Wie schrijft, die zwijgt

By in Gedaan

Afgelopen zaterdag moest De Commentator optreden in DE Studio, het fenomale pand aan het Mechelseplein waar vroeger Studio Herman Teirlinck zat. DE Studio is een tegenwoordig een centrum voor jong talent, met een lidwoord in kapitalen. En een lidwoord in kapitalen, dat moet je verdienen. En avant. Ik moest dus optreden in DE Studio en was daar behoorlijk nerveus voor, ook al was optreden een groot woord. Ik moest er lezen. Voorlezen, uit eigen werk. Dat komt zo. Een poos geleden besloot ik een boek te schrijven, met een plot en volzinnen en adjectieven, heel veel adjectieven. En seks, want dat verkoopt zeggen ze, en diep vanbinnen ben ik gewoon plat commercieel. Afijn, ik schreef dus een boek, dat binnen een goeie maand in de winkel ligt. Dat maakt van mij een debutant, en nu wil het toeval dat DE Studio zaterdag een sympathiek festival organiseerde dat De nacht van de debutant heette. Ik werd gevraagd deel te nemen, samen met een handvol andere debuterende schrijvers, en zei natuurlijk volmondig ‘ja’. Het begon al goed. Ik mocht vier vrienden op de gastenlijst zetten, die alle vier in een deuk lagen toen ze zich aanmeldden en het meisje aan de inkom hen vroeg bij welke artiest ze hoorden. ‘Artiest!?’ hadden ze geroepen, ‘Hahaha!’ lachten er drie, en eentje ‘Hohoho!’. Ik had nochtans expres een zwarte leren legging aangetrokken, in de ijdele hoop dat leren benen me artistieke allure zouden geven. Dat bleek niet het geval. Mijn zus fluisterde me nadien in het oor dat ik die leren legging misschien maar voor in de privé-sfeer moest houden. Onnozel natuurlijk, want het is zo klaar als een klontje dat een leren legging echt niet het comfortabelste kledingstuk is om mee naar tv te kijken, en veel andere dingen doe ik eigenlijk niet, in de privé-sfeer. Maar goed, ik wijk af. Ik moest dus een stukje voorlezen, en niet veel later werd ik samen met Griet Op De Beeck geïnterviewd. Haar roman, Vele hemels boven de zevende, komt aanstaande donderdag uit. We werden als een soort duopakket geïntroduceerd, omdat het blijkbaar een trend is dat journalisten boeken gaan schrijven (zie ook: Peeters, Marnix en Rogiers, Filip). Ik ben allang geen journalist meer, maar dat bleek geen probleem en dus hoorde ik Marc Verstappen, DE baas van DE Studio mij aankondigen als journaliste die onder andere voor Flair, Feeling en ELLE schreef. Op dat moment kromp ik onwillekeurig ineen, want Griet Op De Beeck werkt voor De Morgen, en het is nu eenmaal een feit dat krantenjournalisten serieuzer worden genomen dan boekskesjournalisten. Onterecht natuurlijk, want wie voor De Morgen of De Standaard werkt, moet hooguit zonder fouten kunnen schrijven, en wie voor Flair werkt, moet tegelijk ook z’n nagels kunnen lakken – senior editors zelfs met een topcoat. Tijdens het interview bleek Griet Op De Beeck, overigens een toffe Griet, verbaal van zo’n kaliber te zijn dat ik haar voortaan Griet Op DE Beeck noem. Of gewoon DE Griet. Echt, haar radde tong alleen al verdient een lidwoord in kapitalen. Benieuwd of haar boek even graaf is. De interviewer vroeg haar wat ze met haar boek had willen vertellen over het Vlaamse gezinsleven, en ik weet niet meer wat DE Griet precies antwoordde, maar het was alleszins tweehonderd keer grappiger en gevatter dan mijn antwoord, dat ongeveer zo ging: ‘Euh.’ Echt waar, euh en dan niks meer, of toch niks van belang. Zoiets kan ik natuurlijk geen twee keer laten gebeuren of ze denken nog dat ik écht alleen maar mijn nagels heb gelakt op al die redacties waar ik heb gewerkt. Dus. Als u hier de komende maand niks meer van mij leest, dan is dat omdat ik keihard ga nadenken over DE dubbele bodems in mijn boek, want op dit moment kom ik wat betreft zin en doel van mijn debuut niet verder dan: ‘Het is maar om te lachen.’

Verloren Maandag wordt in Vlaanderen uitgegeven door Vrijdag, en in Nederland door Podium, en ligt rond 22 februari in de winkel en op het internet. Kopen, die handel! En dan maar van ‘Hahaha’ en ‘Hohoho’ doen.

Geef commentaar

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

January 14, 2013

Met de ‘z’ van zorro

By in Gedacht

Ik ben gisteren voor het eerst in mijn leven in Bazel geweest. Om te wandelen. Frank had gezegd dat de zon ging schijnen en hij had niet gelogen, hetgeen ik wreed sympathiek van hem vond. Het lief en ik dus de auto in, richting bomen en frisse lucht. Het internet stuurde ons naar Bazel. Ik vertelde tegen het lief dat, toen ik pas in Antwerpen studeerde, één van mijn studiegenoten vertelde dat ze uit Bazel kwam. Dat vond ik heel raar. Ik vroeg waar ze op kot zat, en dat meisje antwoordde dat ze niet op kot zat, maar dat ze pendelde. ‘Nu ga je lachen’, zei ik al wandelend, ‘maar ik heb daar toen dagen over zitten nadenken, hoe en waarom iemand dagelijks van Zwitserland naar Antwerpen zou pendelen.’ Het lief moest effectief lachen, terwijl u en ik weten dat het eigenlijk om te janken is. Mocht ik in een VTM-quiz tegenover een aap uitkomen, ik zou geheid verliezen. Soit, daar dacht ik gisteren aan, toen ik langs het water wandelde, in Bazel-met-een-z. Ze zeggen dat je verstand met de jaren achteruit gaat, dus ik sloeg een beetje in paniek. Ik besloot een paar keer heel diep in- en uit te ademen, om extra zuurstof naar mijn hersenen te pompen, met als enige resultaat dat ik meteen daarna énorm dringend moest piesen. Straf he. Hoe zou dat komen?

Geef commentaar (1)

Tags: , , , , ,

December 5, 2012

Heb je even voor mij?

By in Uncategorized

Misschien weet u het, misschien ook niet, en wellicht interesseert het u gewoon niet, maar uw Dienaar is niet langer een kantoorslaaf. Hoera! Sinds enkele maanden werkt uw Dienaar thuis. Dat heeft zo zijn voordelen – Vrijheid! Werken in pyjamabroek! En soms een trainingsbroek! Met een gat erin! – maar ook zo zijn nadelen. Eenzaamheid bijvoorbeeld, of toch iets dat er op lijkt. Het gebeurt soms dat ik letterlijk niet spreek voor zeven uur ‘s avonds. Rond die tijd komt mijn lief meestal thuis, en wat doet een vrouw die een hele dag niet gesproken heeft, hmm, was will das weib? Klappen natuurlijk. Kletsen, klappen, tateren, noem het zo u wil. Ook ik ben genetisch geprogrammeerd om belachelijk veel te kletsen, en niet altijd op gepaste momenten. Het probleem is dat mijn job, en bijgevolg mijn dag, zich laat samenvatten in twee woorden: tekst kakken (*). Er valt dus weinig te kakelen aan het eind van de dag, of ik moest alfabetisch alle woorden beginnen opsommen die ik ingetypt heb, en wie zou daar wat aan hebben, behalve Rain Man en Jos Brink. Soit. Toen ik mij vanmiddag naar de keuken begaf om een boterham te smeren, onderwijl trachtend niet tegen mezelf of mijn ingebeelde collega’s te kletsen, kreeg ik opeens een geniale inval. Ik zou gaan lunchen. Dan kon ik:

1) tegen de ober of serveerster klappen.

2) eventueel zelfs tegen andere gasten klappen.

3) vanavond iets vertellen aan het lief dat niks met komma’s en punten te maken heeft.

Tripele winst! Trouwe lezers weten inmiddels dat de Commentator dol is op de Libanese keuken. Helaas zijn de Libanese restaurants niet dik gezaaid in ‘t stad, maar dat mag het plezier niet vergallen. Omdat ik zin had in iets nieuws en geen kilometers door de sneeuw wilde ploeteren, trok ik naar ‘t Onschuldig Schaep, bij mijn weten de enige Libanees die ik nog niet geprobeerd heb. U denkt bij een naam als ‘t Onschuldig Schaep natuurlijk spontaan aan gehaktballen in tomatensaus, maar vergis u niet. ‘t Onschuldig Schaep heet tegelijk restaurant Palmyra en serveert Syrische en Libanese specialiteiten, zoals daar zijn: erg lekkere makdoes, middelmatige falafel (**) en ondermaatse sabanegh, voor u objectief geproefd. Dat het eten tegenviel, was echter niet het ergste. Erger waren de stroboscooplichten in de kerstboom en de stem van Frans Bauer die de tuinbonen van mijn bord deden rollen. Een Syrisch restaurant, een kerstboom met discolichten en de greatest hits van Frans Bauer. Wie had durven denken dat een snelle lunch bij de Libanees mij genoeg stof zou opleveren voor een úrenlang betoog over globalisering. Ik kan niet wachten tot mijn lief thuis is.

(*) U zoekt een copywriter? Een redacteur? Een eindredacteur? Een ghostwriter? Een – opgelet, hier komt ‘ie – content manager? Eén adres!

(**) De beste falafel eet u naar mijn mening in Al Wali, een Libanese snackbar in het Empire Shopping Center, dat op zich al een bezoekje waard is, tenminste als u van de vroege jaren ’80 houdt.

 

Geef commentaar
October 29, 2012

“Wat zeg je? Flesje chablis?”

By in Gedaan

In Memoriam Sylvia Kristel (1952 – 2012)

De tijd is gekomen om u te vertellen over die keer dat ik wijlen Sylvia Kristel, moge zij rusten in vrede, vriendelijk doch kordaat een glas Sambuca afhandig maakte, haar in mijn tweedehands sardienenblik propte en een dolle rit richting Antwerp Expo aanving.

November 2007. Uw dienaar werkt thans voor een literair bastion dat boeken uitgeeft. Echte boeken, gedrukt op papier en zo. Mijn officiële titel luidt pers- en promotiemedewerker, hetgeen zich in de praktijk doorgaans vertaalt in het uitscheuren van recensies en het overtypen van isbn-nummers. Mooie tijden. Het is ook Boekenbeurs, mijn allereerste Boekenbeurs als pers- en promotiemedewerker. Mijn laatste ook, maar dat weet ik dan nog niet. Eén van de publiekstrekkers in dit literaire carnaval is de lichtjes legendarische Sylvia Kristel, die haar biografie Naakt komt promoten. Mijn baas, de promotionele dominatrix van het Vlaamse boekenvak, heeft het razend druk en geeft me de opdracht om Sylvia Kristel op te halen aan haar hotel en haar, eens op de plaats van bestemming, naar de zaal te begeleiden waar ze geïnterviewd zal worden. Gezwind rijdt uw dienaar naar het hotel waar mevrouw Kristel verblijft. Uw dienaar schudt de hand van het icoon en houdt als een doorgewinterde pers- en promotiemedewerker de deur van de taxi open. De taxi is de straat nog niet uit of staat al vast in het verkeer. Muurvast. Er beweegt niks. Mevrouw Kristel, voorheen nog opperbest gezind dankzij een lichte lunsj met een héérlijk wijntje d’erbij, zucht. De klok tikt, ik panikeer. We gaan hopeloos te laat komen. Tenzij… ha! Ik bel mijn zus, die op dat moment boven mij woont en een sleutel van mijn appartement heeft. Het appartement waar een piepklein maar alleraardigst autootje voor staat. Míjn autootje. Mijn redding, quoi!

Zus neemt op. Of ze thuis is. Dat is ze. Of ze de sleutel van mijn auto kan zoeken. Dat kan ze. Of ze als de bliksem kan instappen en naar het Mechelseplein rijden. Dat kan ze ook, al begrijpt ze niet waarom. ‘Sylvia Kristel en ik stappen NU uit de taxi. Afspraak voor Kapitein Zeppos.’ Zus, filmfan in hart en nieren, in paniek. Sylvia Kristel?! Dé Sylvia Kristel?! In mijn ene oor iets over ongekamd haar en een joggingbroek, in mijn andere oor nog meer gezucht. Sylvia Kristel heeft dorst. Of we niet ergens wat kunnen gaan drinken, tot de file oplost. Ik leg haar uit dat daar geen tijd voor is. Met tegenzin stapt ze uit de taxi, die inmiddels helemaal ingesloten is, en volgt ze mij. Haar humeur klaart op als ze de rode neonletters van Kapitein Zeppos ziet. Voor ik het weet staat ze in het café met een glas Sambuca in haar hand. Net op dat moment toetert er iemand. Ik gun mevrouw Kristel nog één slok, ruk dan het glas uit haar handen en plooi haar op, zodat ze in mijn auto past. Kristel kijkt verbaasd naar zus. Zus grijnst. Kristel snapt er niks van. Waar is de taxi nou naartoe? Ik roep: ‘plankgas, zus!’. We razen tegen een helse 30 km/u de stad door. Sylvia Kristel heeft op dat moment nog steeds dorst. Ik denk aan mijn baas, de dominatrix, en piep paniekerig dat we te laat gaan komen. Zus stelt me gerust dat dat hip is in artistieke kringen. Dat noemen ze fashionably late, zegt ze. La Kristel schiet wakker. ‘Wat zeg je? Flesje chablis?’ Zus en ik kijken naar elkaar in de achteruitkijkspiegel. We arriveren op de Boekenbeurs. Sylvia Kristel vraagt waar de cafetaria is. Ze wil eerst nog wat drinken. Ik negeer haar. We bereiken de zaal waar ze geïnterviewd wordt. Iedereen zit al klaar. De interviewster sist kwaad dat we te laat zijn. Sylvia Kristel neemt plaats, het interview verloopt vlekkeloos, mevrouw Kristel pinkt een traantje weg als ze het over Hugo Claus heeft, het publiek heeft hoorbaar een brok in de keel. Ze krijgt een daverend applaus en signeert nog wat boeken. Ik snak naar een borrel. Of twintig.

Vijf jaar later. Sylvia Kristel is vorige week begraven. Ik heb afscheid genomen van mijn auto. Mijn zus woont niet meer boven me. Het literaire bastion is verhuisd, gefuseerd en geherstructureerd. Niks is nog hetzelfde. Gelukkig begint straks de Boekenbeurs, die heerlijke houvast in de Vlaamse folklore. Allen daarheen. Ik heb bij deze een dijk van een boekentip voor u. Naakt, de biografie van Sylvia Kristel, uitgegeven door De Bezige Bij. Drinkt u er vooral een flesje chablis bij. Of twee.

Geef commentaar

Tags: , , , , , , , , , , , , ,