June 5, 2014

Kampioen zijn is plezant

By in Gedacht

Lieve lezer. Ik ben gestopt met tellen hoe lang het geleden is dat ik nog op deze blog vertoefde. Te lang, mijn elfjes, te lang. Ik zal niet rond de pot draaien: het ontbrak mij de afgelopen maanden doodeenvoudig te vaak aan tijd, en nog vaker aan ouderwetse goesting. Nochtans had ik u bijzonder veel willen vertellen, want mijn leven is nu eenmaal een aaneenschakeling van hoogtepunten. Altijd valt er wel iets te vieren. De ene brochuretekst voor de budget retailketen is nog niet af of er komt alweer een briefing voor een volgende binnen. Feest! Of ik dat niet beu word, elke dag ontbijten met champagne, vraagt men mij weleens. Hoegenaamd niet, antwoord ik dan minzaam, terwijl ik mijn gedachten te rusten leg op het laagje nevel in mijn hoofd en alweer een geniaal idee uitbroed om consumenten vetarme boter aan te smeren. Het schrijverschap, beste vrienden, kent vele vormen.

Maar. Omdat ik ook maar een mens ben, met fouten en gebreken, vergaloppeer ik mij wel eens in bovengenoemd schrijverschap, en waag ik mij tussen het bedenken van taglines voor boter of boerenkool aan – het lef! – een lijntje proza. Schaamteloos, ik weet het. Zo heb ik de afgelopen jaren pardoes twee romans gepubliceerd. En komt er straks een kinderboek aan. Pardon, twee: eentje in zomer, en eentje in het najaar. Gelukkig zijn er mensen, getalenteerder en slimmer dan ikzelf, die ervoor hoeden dat ik mezelf verder belachelijk maak. Deze week schreef ene Mark Cloostermans, op zijn blog onder andere dit over mijn tweede roman, die hij net zoals mijn debuut heel erg slecht vindt: “Misschien is dit het basisprobleem: Valerie Eyckmans wil maatschappijkritiek bedrijven, ontmaskeren, maar de middelen die ze daarvoor gebruikt (karikaturen en misverstanden) zijn gepikt uit de trukendoos van de FC De Kampioenen-scenaristen.”

Lieve lezer! U kan zich voorstellen dat ik me tijdens het lezen van ‘s mans weldoordachte analyse bijna verslikte in mijn coupe champagne. Ten eerste omdat ik niet wist dat ik een probleem had, laat staan een basisprobleem – wat een godsgeschenk, na al die jaren van aanmodderen te ontdekken dat ik een basisprobleem heb! Ten tweede omdat ik nét van een afspraak kwam met een filmproducer die me had gepolst voor een mogelijke samenwerking, wat van deze Mark Cloostermans een zuivere visionair maakte: ik had nauwelijks de hand van de producer geschud, of Mark Cloostermans orakelde al dat mijn boek slechte televisie zou opleveren. Zo’n man is goud waard. Die wil je natuurlijk leren kennen. Dus zocht ik hem op LinkedIn op en wat bleek? Mark Cloostermans is ook een schrijver! Maar dan een echte, zo eentje zonder werk. ‘I am now actively looking for a new outlet’, schrijft hij. Ik kon mijn geluk niet op! Ik mag dan misschien niet kunnen schrijven, maar ik ruik een synergie vanop een kilometer afstand: gesteld dat ik me straks in mijn jeugdige overmoed opnieuw ga voorbijhollen en tóch een scenario ga schrijven, wie gaat dan al die taglines verzinnen voor boter en boerenkool? Komaan, Mark Cloostermans, grijp je kans! Het schrijverschap, beste vriend, kent vele vormen.

 

Geef commentaar (2)
October 31, 2013

5 redenen waarom u naar de Boekenbeurs moet komen

By in Uncategorized

1) Voor de workshop Handlezen voor Beginners, door Ellen Duim. Wie wil zijn hand nu niet laten lezen door Ellen Duim! Duim, Ellen! Talk to the hand, Ellen Duim. Ik verzin dit niet, kijk zelf maar.

2) Om Jommeke te ontmoeten. In hoogsteigen persoon. IN HOOGSTEIGEN PERSOON! Hoe zou Jommeke ruiken? Met welke shampoo zou hij zijn haar wassen? Welk Mieke zou hij de tofste vinden? Oh boy, ik hoop dat hij met de vliegende bol komt. En dat hij niet door de Konijnenpijp gaat, want dan hebben Kwak en Boemel hem geheid te stekken.

3) Om een lief te scoren, op De dag van de Liefde en andere Ongemakken. Wat die ongemakken precies zijn weet ik niet, maar ik gok dat het er twee zijn en dat ze dik en rond zijn, want Lesley-Ann Poppe is er ook die dag. Toeval?

4) Om te rappen met Sinterklaas en de Pietenbeat. Opnieuw: dit is geen grap. En gelukkig maar! Wie wil er nu niet rappen met de Pietenbeat, buiten de Verenigde Naties? Als ze verzoeknummertjes aanvaarden, vraag ik langs deze weg alvast Deze Neger Komt Zo Hard aan. Duimen maar dat da Sint en zijn bitches ook gaan twerken.

5) Om uw dienaar te ontmoeten natuurlijk! Ik heb geen vliegende bol, noch een aartsvijand die een paarse kniebroek draagt, ik kan niet rappen en mijn ongemakken zijn te klein om volk te lokken, maar wat zou ik u graag ontmoeten! En met u praten! Uw beste mop horen! En uw boek signeren, als dat toevallig Verloren Maandag heet! Ik lees ook voor uit nieuw werk, en ben op 5 november te gast op het Uur van de Literatuur. Waar ik wellicht weinig zinnige en veel onzinnige dingen ga vertellen. Een beetje zoals ik hier doe, maar dan live en met een Kempisch accent. U vindt HIER een prima overzichtje van waar ik wanneer te vinden ben. U kan ook gewoon wat komen staren. Zolang u dat maar op afstand doet. En uw enkelband niet zichtbaar is.

Welaan dan. Tot op de Beurs?

 

 

Geef commentaar (1)
October 4, 2013

En al de rest is parking (3)

By in Gedaan

Dus. Ik kreeg een e-mail van een zekere Kenny met de vraag of ik iets wilde schrijven over De Grote Verkeersquiz. Een online wedstrijd die weggebruikers op een speelse en interactieve manier aanzet tot verkeersveiliger gedrag, schreef Kenny. Omdat ik moeilijk nee kan zeggen tegen mensen die Kenny heten, en kei hard pro verkeersveiligheid ben, zei ik: Ik ken niemand die dat liever gaat doen dan ik, Kenny! (Ik maak ook graag tekstomeletten met de naam Kenny. En Benny. En Conny.)

Bon. Ik doe die verkeerstest dus, en wat blijkt? Ik ben niet geslaagd. Om niet te zeggen dat ik dik gebuisd ben. Maar echt dik. Vermorzeld, quoi. Dat heeft er veel mee te maken dat ik als een bomma rijd, vooral sinds ik mijn auto tegen een vangrail op de Antwerpse Ring heb geparkeerd – het regende, er lag olie op het wegdek, ik begon te slippen en ik kon niet meer tegensturen. Het vervolg leest u hier en hier. Amusement verzekerd.

Soit. Ik geef ook iedereen voorrang. Ik vind dat zelf een van mijn betere karaktertrekken, maar ik merk dat mensen die wel eens met mij meerijden daar anders over denken. ‘Jij hebt vast nog niet van karma gehoord,’ zeg ik dan vrolijk als er weer eentje met zijn ogen zit te rollen.

Parkeren kan ik wél. Echt waar. Achteruit en al. Liefst zou ik parkeren als een volleerde kermisdel die haar botsauto in de richting van haar lief-voor-één-avond manoeuvreert, maar ik heb helaas een auto met een dak. Of beter: mijn lief heeft een auto met een dak. Ik heb geen auto. Maar als ik een auto had, en die had geen dak, zou ik mij vast en zeker rechtopstaand tegen de zetel drukken en zo achteruit parkeren.

Vooruit parkeren, dat is een ander paar mouwen. Gisteren reed ik de ondergrondse parking van de Delhaize op ‘t Zuid in en brak het zweet mij uit. Het stond daar vol sufs. Nu durf ik zelf al eens buiten de lijntjes te kleuren in een ondergrondse parking, maar zo’n suf maakt het wel heel bont, dat palmt zonder gêne minstens anderhalve parkeerplaats in. Na drie keer rondrijden op de parking en ook eens op de -2 te gaan zien, ben ik dan maar naar de Colruyt gereden.

In ieder geval. U wil natuurlijk dat ik stop met zeveren en eindelijk mijn score zeg. Wel, ik had 8/20. Poeh. Uw voorrang afgeven, dat wordt niet meer gewaardeerd tegenwoordig. Ondankbare honden.

 

 

 

Geef commentaar (1)

Tags: , , , , ,

September 26, 2013

De kleur van de liefde

By in Gehoord

Die dag, in de loopgraven van de lingeriewinkel.

ZIJ: Rood of blauw?

HIJ: Rood.

ZIJ: Ja? Ik vind de blauwe precies mooier.

HIJ: Okee. Blauw dan.

ZIJ: Maar gij vindt die rode mooier.

HIJ: Ze zijn allebei mooi.

ZIJ: Ja maar, wat is’t nu? Rood of blauw?

HIJ: (zucht) Kakbruin. Kunt ge dat ding nu eindelijk passen en afrekenen?

ZIJ: Zeg, wat krijgt gij opeens? Ik vraag gewoon uw mening.

HIJ: Waarom? Ge houdt er toch geen rekening mee.

ZIJ: Pardon? Ik hou altijd rekening met uw mening.

HIJ: Prima. Dan neemt ge de rode.

ZIJ: Zot. En eruit zien als een hoer zeker. Ga die blauwe eens halen in een medium.

Geef commentaar (3)
September 6, 2013

The owls are not what they seem

By in Gedacht, Genomineerd, Gezien

Vrienden! Vijanden! Rare snuiter die ‘kotsende meisjes’ googelde en zo op mijn blog terechtkwam! Ik had mij voorgenomen om het vandaag eens uitgebreid met de dames onder u te hebben over handtassen in het Openluchttheater en hoe die net als dodelijke wapens van een concertterrein geweerd zouden moeten worden. De aanleiding daarvoor is dat ik gisteren in het Rivierenhof, tijdens een overigens piekfijn optreden van CHIC door zoveel exemplaren tegelijk bij elkaar ben gemept, dat ik tijdelijk een samenzwering vermoedde. Gelukkig bleken het gewoon dansende vrouwen met grote handtassen te zijn, handtassen die op onbewaakte momenten loopings maakten rond enthousiaste armen die in de lucht gingen, en alzo recht in de smoel of het middenrif belandden van achteloze concertgangers, waaronder uw dienaar.

MAAR!

Dat alles is voor een volgende keer, want ik heb heuglijk nieuws te melden! Ik kreeg vanochtend te horen dat mijn boek Verloren Maandag genomineerd werd voor de Bronzen Uil, de prijs voor de beste Nederlandstalige debuutroman van 2013. U leest er hier alles over.

EN!

Naast de officiële juryprijs wordt er ook een publieksprijs uitgereikt. Wie stemt maakt kans op een boekenpakket met alle boeken van de negen genomineerden. Een uitgelezen kans om uw ongezouten mening te geven over mijn boek zonder dat u er ook maar één eurocent aan moet uitgeven. Stemmen duurt slechts een paar seconden en kan hier.

O JA!

Ook nog snel even meegeven dat ik op zondag 29 september te vinden ben op het Eilandfestival, een gloednieuw kunstenfestival dat onder andere plaatsvindt in het Felixpakhuis. Dat is hier te doen. Ik word er samen met Roderik Six, Griet Op de Beeck en Dimitri Casteleyn geïnterviewd door Annelies Van Herck. Die van het Journaal! Zelfs als literatuur je geen fluit interesseert, is het toch een bezoekje waard, als is het maar om met eigen ogen te zien hoe een gezonde vrouw van pakweg vijfendertig met een gemiddelde huidskleur in minder dan vier seconden roder dan een tomaat kan worden nadat haar een micro onder de neus wordt geduwd. Maar ja: le freak, c’est chic.

Geef commentaar (8)

Tags: , , , , , , ,

August 8, 2013

En al de rest is parking (2)

By in Gedacht

Beste klojo’s van het stadsbestuur,

Gisteren las ik in de Gazet van Antwerpen dat jullie hebben besloten om de huidige plannen voor de heraanleg van de Kaaien van tafel te vegen. Jullie willen nieuwe plannen. Plannen waarin plaats is voor een parkeerterrein dat dichter bij het centrum ligt. “Een extra centrumparking is essentieel,” zegt Schepen voor Stadsontwikkeling Rob Van de Velde, die vreest dat de Scheldekaaien op basis van de huidige plannen ‘een dooie wandelzone’ wordt, in dit artikel.

Ik schrijf jullie omdat ik ernstige vermoedens heb dat jullie Schepen voor Stadsontwikkeling een vermomde baviaan is. Eerst was er dat geval met die foorapen, en nu dit. Het wordt tijd dat er iemand aan de alarmbel trekt. Misschien begrijp ik het verkeerd, maar een extra centrumparking betekent volgens mij meer verkeer dat in en door het centrum wordt geloodst. En dat willen we net niet.

Dacht ik. Maar misschien ben ik wel de baviaan. Ben ik de baviaan, klojo’s?

Ik woon inmiddels zo’n vijftien jaar in de stad. Pardon: in ’t stad. De stad die ooit de Werf van de Eeuw werd genoemd. Je wil niet weten hoeveel hakken ik heb gebroken en hoeveel fietsbanden ik lek heb gereden op die verrekte werf. Maar ik kloeg niet. Die werf diende om auto’s uit de binnenstad te weren, en auto’s weren vond ik als centrumbewoner een strak plan. Dus ik kloeg niet. Klagen is voor klojo’s.

Dus zeurde ik ook niet toen er vorig jaar een tijdelijke bushalte voor mijn deur werd geplant omdat de Nationalestraat heraangelegd zou worden. Alle bussen die door de Nationalestraat reden, reden nu door de smalle eenrichtingsstraat waarin ik woon, en stopten voor mijn deur. Allemaal. Van voor zonsopgang tot na middernacht, elke tien minuten een bus. De tijdelijke bushalte zou vier maanden blijven staan. Ze stond er langer dan een jaar. Nooit geweten dat een bus zo’n teringherrie kan maken. Jullie wel, klojo’s?

De Nationalestraat is inmiddels klaar en ze trekt op geen hol. Kerels, als Hilde Crevette door de Nationalestraat zou fietsen, zou het mens denken dat ze over één lange ribbelstrook reed. Ik word er nu nóg vaker van mijn sokken gereden dan vroeger. Er is nog altijd geen fietspad, maar er is een oplossing in de maak: er wordt overwogen een fietsverbod af te roepen. Wie verzint zoiets? Ik denk: een baviaan.

Natuurlijk werd er een feest tegenaan gegooid toen de straat klaar was. Dat deed het vorige stadsbestuur ook altijd. Ik herinner me nog een volksfeest op de Leien. Eigenlijk viel er niks te vieren, het resultaat was doffe ellende, maar giet een paar liter bier in de gemiddelde burger en hoppa, elke mislukking wordt een succes. En als die burger op de terugweg zijn nek breekt over slecht aangelegde stoeptegels, dan is het mooi zijn eigen schuld. Slim hoor, klojo’s. Tussen haakjes, worden die Leien eigenlijk ooit nog verder afgemaakt?

Luister klojo’s. Het is mooi geweest met die ego’s en die geldingsdrang. In maart 2010 werd er een definitief Kaaienplan voorgesteld. Dat ding heeft handenvol geld gekost. Ik stel dus voor dat jullie je daar braaf aan houden. Jij ook, baviaan. En hou die binnenstad in godsnaam verkeersvrij. Voor Antwerpen parking wordt en al de rest niet.

Aan het werk, klojo’s. Het is de hoogste tijd.

 

Vriendelijke groet,

De Commentator

Geef commentaar (16)
July 10, 2013

Van oude mensen en dingen die niet stilstaan

By in Gehoord, Gezien

Ik heb zondag zitten janken in een loods in de haven. Ik was naar Nerf gaan kijken, een prachtige voorstelling van Ultima Thule over een koppel oude besjes dat aan de vooravond van hun tachtigste huwelijksverjaardag ontsnapt uit het rusthuis en op roadtrip gaat. Het was figurentheater, dus de bejaarde besjes werd niet gespeeld door acteurs, maar door poppen. Enfin, door twee acteurs die elk een pop vasthielden, zoiets. Nu ben ik nogal van het goedgelovige type (ik was elf en een half toen mijn toenmalig beste vriendinnetje mij vertelde dat sinterklaas niet bestond. Man, toen heb ik ook gejankt! Dat valse loeder heeft trouwens sinds die dag mijn barbies nooit nog mogen aanraken. Vriendinnetje? Van mijn gat, ja.) dus ik trapte er natuurlijk van de eerste minuut in, in die poppen. En toen er een van de poppen doodging, hield ik het niet meer droog.

Toen ik een dag later voor een rood licht stond te wachten en er aan de overkant een stokoud besje naar me lachte, zo eentje met schattig wit haar en flinterdunne beentjes, lachte ik heel vriendelijk terug. Het besje leek als twee druppels water op de pop uit de voorstelling, mijn jeugdig hart smolt als een waterijsje. Omdat er geen verkeer was, omdat ik ongeduldig ben en omdat ik een trein moest halen, stak ik snel het zebrapad over. Ik moest me inhouden om dat besje in het voorbijgaan niet over haar pluizige hoofdje te aaien, toen ze plots met een perkamenten vinger bijna in mijn oog pookte en keihard krijste: DRAAJ LITERS BLOED ZEN DER IER JUST GEVLOEID, MASKE! Gelukkig sprong het licht op dat moment op groen en moest ze de andere kant uit. Ze siste over haar frêle schoudertje nog iets over verkeersslachtoffers en mensen zoals ik en toen verdween ze in de massa op de Meir. Misschien maar goed dat ik niet meer in sinterklaas geloof, wellicht is het net zo’n bejaarde hufter als die honderdjarige heks aan dat verkeerslicht. En nog iets: ik ga nooit nog te voet naar het station. Levensgevaarlijk is het, met al die loslopende oudjes.

 

Geef commentaar (2)

Tags: , , , , , , , , , ,

June 19, 2013

Al de rest is parking

By in Gehoord, Gezien

Een tijdje geleden stond er een parkeerverbodbord (wow, zou een gaaf Scrabble-woord zijn) voor mijn deur waarop in koeien van letters stond dat er niet geparkeerd mocht worden. Dat bord stond er omdat ik het er eigenhandig had gezet. Niet omdat ik dat schoon vind, zo’n bord voor de deur, wel omdat er verbouwd ging worden ten huize Commentaar. Man, man, man. Ik denk niet dat er een parkeerbord in de wereld bestaat dat zo vaak genegeerd is als mijn bord. Ik kreeg bijna compassie met mijn bord. Er is meer voor mijn deur geparkeerd tijdens mijn verbouwingen dan ervoor en erna. Het leek wel of chauffeurs dachten: ‘All right gasten, een parkeerverbod, hier is’t te doen!’ En dan hun auto parkeerden. Voor mijn deur.

Sommige bestuurders schreven heel galant hun telefoonnummer op een briefje, en legden dat op hun dashboard. Ik heb er eens eentje gebeld die tien minuten later straalbezopen uit het café aan de overkant kwam. Ik denk dat hij wel vier parkeerborden zag en ik heb toen zeker drie seconden geworsteld met een moreel dilemma, tot ik het koud kreeg en naar binnen ben gegaan. En er was die keer dat ik bijna slaag kreeg van een griet die niet één, maar twéé Vuitton-sacochen aan haar armen had bungelen, eentje aan elke arm. Ik had haar eerst via de flikken laten opsporen en bellen, maar ze nam niet op. Dus moest er getakeld worden. Ze waren net haar Mini Cooper aan het takelen toen ze kwam aangewandeld. Toen ze zag wat er gebeurde begon zo hard te lopen dat die twee sacochen salto’s maakten aan haar armen en ze bijna zichzelf een mep verkocht. Koddig om te zien wel. Ze vond dat het allemaal mijn schuld was, bord of geen bord en ik kreeg echt schrik van haar sacochen. Maar de allerbeste was ongetwijfeld die keer dat ik net uit het raam keek en een man zijn auto zag afsluiten, waarop ik het raam opende en hem riep, want ik wachtte op de schrijnwerker en ik had die plaats écht écht écht nodig. Dat ging zo:

IK: Meneer, u mag hier niet staan.

HIJ: (Kijkt ongeïnteresseerd naar het bord) Zeg. Had u dat niet kunnen zeggen vóór ik een parkeerticket betaalde?

IK: Had u niet kunnen lezen wat er op dat bord staat voor u hier parkeerde?

HIJ: Ja, hallo. Het staat hier vol borden. En daarbij, u ziet mij toch naar de betaalautomaat lopen? U had toch kunnen roepen?

IK: Ik heb u niet naar de automaat zien lopen. Ik heb u hier ook niet zien parkeren. Ik heb wel wat beters te doen dan de hele dag uit het raam te hangen en tegen mensen te roepen dat ze hier niet mogen parkeren, TERWIJL ER EEN BORD STAAT WAAR DAT DUIDELIJK OP STAAT.

HIJ: U hangt nu toch uit het raam?

IK: (gepikeerd en betrapt) Ik keek toevallig uit het raam en zag u net uw ticket in uw wagen leggen. U heeft dus geluk. Als ik niet toevallig uit het raam had gekeken, had ik u niet tijdig kunnen roepen en zou ik zo meteen de takeldienst moeten bellen. Dat zou u stukken meer kosten dan een parkeerticket.

HIJ: Volgens mij heeft u mij wél naar de automaat zien lopen.

IK: Kunnen we even bij de essentie blijven? U mag hier niet staan. En de schrijnwerker kan hier elk moment arriveren met zijn camionette.

HIJ: (wijst naar de auto voor de zijne) En die auto dan? Die mag hier toch ook niet staan?

IK: Dat klopt. Die mag daar ook niet staan.

HIJ: Dan kan ik mijn wagen toch ook laten staan? Want zelfs als ik mijn wagen nu verzet, dan heeft die zogezegde camionette van u nog altijd niet genoeg plaats.

IK: Daarom heb ik een half uur geleden naar de politie gebeld. Ik hing namelijk nét niet uit het raam toen die auto hier geparkeerd werd. Anders had ik de eigenaar zeker een halt toegeroepen.

HIJ: (zucht) ‘t is al goed, ik zal m’n auto wel verzetten. Maar ik blijf erbij: volgens mij heeft u expres gewacht tot ik een parkeerticket nam en heeft u dan pas het raam geopend. (stil) Trut.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef commentaar (7)

Tags: , , , , ,

June 12, 2013

Dingen die ik altijd al eens heb willen zeggen

By in Uncategorized

-Ik heb geen Uggs, ik heb persoonlijkheid.

-Die Queens of The Stone Age, trekt dat eigenlijk op iets?

-Ik moet kakken. Kan er eens iemand twee strandstoelen pakken?

-Oei. Gij trekt op Liesbeth Homans.

-Op dieet? Eindelijk.

-Oei. Uw kindje trekt op Liesbet Homans. Wat zegt ge? Ja, ik weet dat het een jongetje is.

-Paul Simon?  Ik ben daar gisteren nog ene mee gaan drinken in de Duifkes. Toffe gast.

-Dat was in de tijd toen ik nog marathons liep.

-Wat?! Is Liesbeth Homans een VROUW?!

-Och, ge zijt zelf ne schuppezot.

-Ik zou graag naar die fototentoonstelling van Guy Van Sande gaan.

-Shit. Ziet gij hier ergens strandstoelen? (Op de fototentoonstelling van Guy Van Sande)

-Ik had een ticket voor Queens of the Stone Age, maar ik ben blijven hangen bij een herhaling van ‘Komen Eten’.

-Eigenlijk wel schoon he. (Op de fototentoonstelling van Guy Van Sande)

-Prins Filip? Ik ben daar gisteren nog ene mee gaan drinken in het Hessenhuis. Toffe gast.

Geef commentaar (2)
May 6, 2013

één plus één is geen idee

By in Gedaan, Gedronken

Lieve lezer. Omdat er geen elegante manier is om te vertellen dat je op de gezegende leeftijd van 35 jaar uit de kroeg bent gegooid, bespaar ik mij de poging tot pulitzerwaardig proza, en hou ik het voor één keer gewoon bij de feiten. Uw dienaar is afgelopen vrijdag uit de kroeg gezet. Daar. Het is eruit. Natuurlijk denkt u nu aan marginale taferelen. Aan glazen die tegen de grond gekeild worden, een uit de hand gelopen ruzie met een minnaar, aan nachtelijke scheldpartijen, aan dronkemanspraat of een ouderwets stoepgevecht. Ik moet u teleurstellen. Ik zat rustig een pintje te drinken met wat vrienden en werd de kroeg  - café Corso op de Vrijdagmarkt – uitgezet omdat ik de cafébaas er op wees dat hij me te weinig geld teruggaf. Waarop hij woest werd. Nochtans had ik gelijk. Reken even met me mee. Ik bestelde aan de toog drie pintjes. Moest daarvoor 5,70 euro betalen. Ik overhandig de man een briefje van 20 euro. Hij geeft mij een briefje van 5 euro en wat kleingeld, samen nog geen 7 euro. Dat is op zich vrij idioot, want zelfs als de cafébaas dacht dat ik hem 10 euro had gegeven, dan nog zou hij zich zwaar misrekend hebben. Soit. Ik kijk naar het geld in mijn hand, merk het tekort op en spreek de cafébaas opnieuw aan. ‘Excuseer’, zeg ik. Of ik een probleem heb, blaft hij. Ik wijs hem op zijn vergissing. Hij gromt, loopt naar de kassa, haalt er een briefje van 10 euro uit en gooit dat bovenop het briefje van vijf euro en de muntstukken. Opnieuw vrij idioot, maar we kunnen niet allemaal rekenwonders zijn. Ik zeg tegen de cafébaas dat hij zich voor de tweede keer misrekent, dat hij me nu te veel teruggeeft. ‘Commentator, wat ben je toch een nobel en eerlijk mens’ denk ik nog bij mezelf, terwijl ik mijn hand met het geld wat verder uitstrek, zodat de ietwat dommige cafébaas zijn fout kan herstellen. In de plaats daarvan schiet de cafébaas in een Franse kolère, kiepert hij de drie versgetapte pinten in de gootsteen, loopt hij naar zijn kassa, haalt er mijn oorspronkelijke 20 euro weer uit, gooit die bovenop de 17 euro die hij me al gegeven heeft en brult dat ik maar moet oprotten. ‘Bol het af, kakwijf’ waren zijn exacte woorden.

Ik weet niet wat me meer verbaasde:

a) Dat de cafébaas mij beval zijn café te verlaten (ik deed niks verkeerd)

b) Dat de cafébaas mij een kakwijf noemde (de kans is heel reëel dat ik minstens één gat in mijn trui had)

c) Dat de cafébaas mij in zijn kolère 17 euro gaf (zou ik dat moeten aangeven op mijn belastingen?)

Hoe dan ook, de eerste stap richting marginaliteit is een feit. (En nu komt er een fantastisch bruggetje). Gelukkig is er ook goed nieuws. Altijd Commentaar is genomineerd voor de Weekend Knack Blog Awards, in de categorie ‘personal’. Hoera! Stem HIER op mij en behoed mij voor een leven in de marge. Als ik win, geef ik een rondje in de Corso. Het is daar omzeggens altijd happy hour.

 

 

Geef commentaar (6)

Tags: , ,